De gemiddelde duur van de dracht van de hond is 63 dagen. De bevalling vindt meestal plaats tussen de 56e en 67e dag. Hoe groter het nest, hoe korter de draagtijd en omgekeerd. Wanneer de bevalling eerder dan de 56e dag begint  of wanneer er op de 67e dag nog geen pups geboren zijn is het verstandig de dierenarts te waarschuwen.

Ruim voor de bevalling kan de buikomvang van de hond duidelijk zijn toegenomen. Ook kunnen de melkklieren gaan zwellen. Deze melkklierzwelling komt ook regelmatig voor bij niet-drachtige teven. We noemen deze honden 'schijnzwanger'.

Rond de 30e dag kan er door de dierenarts gevoeld worden of de teef daadwerkelijk drachtig is, met een echo kan dit zelfs al iets eerder geconstateerd worden. Röntgenfoto's kunnen pas later genomen worden, namelijk wanneer het skelet van de pups ontwikkeld is, dit is ruim 6 weken na de dekking. Dan kunnen ook het aantal puppies worden geteld, wat belangrijk kan zijn bij de geboorte.

De voorbereiding:

Enkele weken voor de geboorte van de pups is het verstandig om de teef een plaats te geven waar ze kan werpen, hier kan ze dan rustig aan wennen. Dit kan bijvoorbeeld een werpkist zijn, waarbij de rand aan de voorkant zo hoog is dat de teef er goed in en uit kan, maar de pups niet. Als bodembedekking zijn kranten met daarop lakens/dekens geschikt. Het is belangrijk om deze regelmatig te verschonen. Zorgt u ervoor dat de werpplaats een rustige, tochtvrije en niet te koude plek is. Het is namelijk erg belangrijk dat de pasgeboren pups het niet te koud krijgen. Pups die het koud hebben zullen gaan piepen en gaan rondkruipen opzoek naar warmte. Eventueel kan een kruik met daaromheen een handoek in de werpkist worden gelegd, of kunt u gebruik maken van een warmtelamp (biggenlamp) die u zo hoog hangt dat te temperatuur ter hoogte van de pups ongeveer 40 graden is.

De bevalling:

De bevalling zelf kan worden opgedeeld in drie fasen:

de voorbereidingsfase
de ontsluitingsfase
de uitdrijvingsfase

In de voorbereidingsfase zal de teef lproberen een nest te bouwen, door te gaan graven in de werpkist. Ook zal ze zich regelmatig likken aan de vulva.

In de ontsluitingsfase zullen de weeën gaan optreden.  De baarmoeder trekt daarbij samen de duwt de pups in de richting van de baarmoedermond die daardoor open zal gaan. Dit begint 12  tot 24 uur voordat de pups geboren worden. In deze fase is er een daling in de lichaamstemperatuur van de teef te zien. (normaal 38.0 - 39.0 C) Deze kan variëren van 0.5 - 1.5 C en kan samengaan met rillen. Ervaren fokkers temperaturen hun teven regelmatig en weten dat, wanneer de lichaamstemperatuur daalt, de bevalling meestal binnen 24 uur zal plaatsvinden.

Vlak voor de uitdrijvingsfase zal de ademhaling van de teef sneller worden. Ook kunnen sommige teven gaan braken. Wanneer de teef met de weeën mee gaat persen is de uitdrijvingsfase daadwerkelijk begonnen. Het persen is een reflex op een pup die in de bekkenholte is komen te liggen. Meestal perst de teef meerdere malen tijdens één  wee. Dit gebeurt meestal liggend, maar kan ook gehurkt of staand gebeuren.

Voor u als eigenaar is het van belang dat u vooral rustig en geduldig blijft. Hierdoor zal de teef zich tijdens de bevalling meer op haar gemak voelen en zal de bevalling voorspoediger verlopen.  Eventueel kunt u de gebeurtenissen tijdens de bevalling bijhouden (dus wanneer de teef begonnen is met persen etc.) om zo, mocht dat nodig zijn, makkelijker met de dierenarts te kunnen overleggen wanneer er moet worden ingegrepen.

Het persen kan vrij lang duren, vooral bij de eerste pup. Echter, wanneer er na 20 minuten flink persen geen vorderingen lijken te zijn, is het tijd om de dierenarts te bellen.

Tussen de geboorte van de pups zit meestal gemiddeld 45 minuten. Dit komt doordat de teef na de geboorte van 1 pup een pauze neemt waarin er niet wordt geperst. Deze pauze kan wel 2 tot 3 uur duren en de teef kan hierbij zelfs in slaap vallen.

Soms komt het voor dat de teef stopt met persen als een pup nog maar half geboren is. Soms raken onervaren teven in zo'n situatie in paniek en verlaten de werpkist. U kunt helpen door met een schone washand of handdoek de (glibberige) pup te pakken en voorzichtig uit de vulva te trekken, trek daarbij naar beneden, dus in de richting van de voeten van de moeder.
Wanneer een jong nog in de vruchtvliezen zit na de geboorte worden deze meestal stukgebeten door de teef. Wanneer de teef dit niet doet/kan is het van belang dat u zelf de pup uit de vruchtvliezen haalt. Wanneer de teef de pups ook niet drooglikt, moeten ze ook goed worden drooggewreven. Meestal gaan de pups na de geboorte direct op zoek naar de tepels om melk te drinken.

Verstandig is om de dierenarts te bellen wanneer:

- Er langer dan 20 minuten flink wordt geperst.
- De bevalling nog niet afgelopen lijkt te zijn maar er meer dan 2 uur geen pup geboren is.
- De teef al 2 uur zwak perst maar er nog niets zichtbaar wordt
- De teef ziek lijkt (braken en diarree kunnen voorkomen bij een normale bevalling)
- Verlies van veel bloed uit de vulva
- Stinkende of vreemd gekleurde uitvloeiing
- Wanneer u onzeker bent over het geboorteverloop of de gezondheid van de hond/pups


De nageboorte:

Normaal gesproken komt er na elke pup een nageboorte af. Soms komen er eerst 2 pups en pas daarna 2 nageboorten. Elke pup heeft in principe een eigen nageboorte die meestal nog aan de pup vastzit. Normaal gesproken eet de teef de nageboorte op en zal deze afbreken op een bepaalde van nature 'zwakke' plek in de navelstreng. Soms zal u als eigenaar de navelstreng moeten afbreken, doe dit het liefst niet te dicht bij de buik om inscheuren ( en een navelbreukje) te voorkomen.
de bevalling bij de hond
tekst: Kim Hardeveld