De nieren hebben onder normale omstandigheden onder andere de volgende taken:

1. Ontgiften - via de nieren verlaten een heleboel afvalprodukten het lichaam

2. Concentreren - Als er weinig water voorhanden is zorgen de nieren ervoor dat er zoveel mogelijk bespaard  wordt. De hoeveelheid urine wordt minder, de kleur wordt donkerder.

3. Hormonen maken - de nieren maken onder andere erythropoëtine (EPO), het hormoon dat de produktie van rode bloedcellen stimuleert.

4. Bloeddruk regelen - via een ingewikkeld mechanisme zorgen de nieren ervoor dat de bloeddruk constant blijft.


Bij een patient met CNF onstaan er de volgende problemen:

1. Ontgiften - er is te weinig nierweefsel om naar behoren te ontgiften en alfvalprodukten van de stofwisselling hopen zich op in het bloed. Deze hoge concentratie afvalprodukten zorgt ervoor dat het dier zich
niet fit voelt en dat de vacht dof wordt. Het veroorzaakt ook  chronische irritatie van het slijmvlies van het gehele maagdarmkanaal. Hierdoor ontstaat soms tandvleesontsteking, waardoor dieren moeilijker kunnen eten, maar ook irritatie van het maagslijmvlies, waardoor dieren misselijk zijn en vaak braken.  Bovendien kan door irritatie van het darmslijmvlies diarree optreden.

2. Concentreren - Bij CNF verliezen de dieren in meer of mindere mate het vermogen om de urine te concentreren. Omdat er meer water het lichaam verlaat dan nodig is
(veel plassen), zullen ze ook meer drinken. Doordat er meer gedronken wordt zorgt een dier met CNF er wel voor dat  de kleine hoeveelheid nierweefsel dat hij nog heeft zoveel mogelijk afvalpreodukten kan uitscheiden. Als er een situatie ontstaat dat een dier met CNF niet meer wil of kan drinken  kunnen de nieren dit dus niet opvangen door minder water uit te scheiden. Het dier droogt uit, de nierdoorbloeding daalt, er worden nog minder afvalprdukten uitgescheiden, het dier voelt zich nog zieker, drinkt nog minder en raakt zo in een viscieuze cirkel die niet zelden de dood tot gevolg heeft.

3. Hormonen maken - doordat de produktie van EPO (erythropoëtine, bekend uit de wielersport) verminderd is, worden er minder rode bloedcellen gemaakt. Veel katten met CNF hebben dus
bloedarmoede.

4. Bloeddruk regelen - een aantal katten met CNF hebben een hoge bloeddruk. Deze katten hebben een verhoogd risico op
hersenbloedingen en -infarcten, loslaten van het netvlies in het oog en hartproblemen. Bovendien raken de nieren door de hoge bloeddruk nog meer beschadigd dan ze al zijn. Sinds kort is het mogelijk de bloeddruk van katten redelijk nauwkeurig te meten. Het is niet altijd eenvoudig maar als het lukt een hoge bloeddruk te meten en de kat daarvoor te behandelen kan dit een belangrijke bijdrage leveren aan de therapie van CNF.

Diagnose:

De diagnose wordt gesteld op grond van het bloedonderzoek waarbij een verhoogd gehalte aan afvalprodukten (ureum en kreatinine) wordt gemeten. Vaak is ook het fosfaatgehalte van het bloed verhoogd omdat de nieren dit niet voldoende uitscheiden. Bovendien hebben deze katten vaak bloedarmoede.

Er is geen test beschikbaar om te bepalen hoeveel werkend nierweefsel een kat nog heeft.

Therapie:

Aan CNF is helaas niet veel te doen, het verloren nierweefsel komt niet meer terug.  Mensen die aan deze aandoening lijden worden behandeld met nierdialyse of krijgen een nieuwe nier. Nierdialyse is bij onze huisdieren niet mogelijk en aan niertransplantatie kleven ethische bezwaren. De enige mogelijkheid die we hebben voor de behandeling van CNF bij dieren  bestaat uit het bestrijden van de symptomen. Gelukkig lukt dat vaak vrij goed.

Katten die niet meer willen eten worden soms enkele dagen opgenomen. Door middel van een
infuus  wordt geprobeerd een grote hoeveelheid afvalprodukten te verwijderen waardoor de kat zich weer beter voelt en weer gaat eten. Het slagen van deze behandeling hangt af van de hoeveelheid nierweefsel die nog beschikbaar is. Bij dieren in een vergevorderd stadium van de ziekte kan het erg teleurstellend zijn.

Drinken is uitermate belangrijk. Nierpatienten drinken uit zichzelf veel omdat de nieren hun concentrerend vermogen verloren hebben. Als katten, om wat voor reden dan ook, minder vocht opnemen, gaan die nieren dus gewoon door met water uitscheiden en drogen deze katten vrij snel uit. Eigenaren van nierpatienten moeten er voor zorgen dat er op meerdere plaatsen in huis water klaarstaat en  moeten contact met hun dierenarts opnemen als de kat minder gaat drinken.

De afvalprodukten van de eiwitstofwisseling zijn de grootste boosdoeners in dit geval. Door middel van dieet kunnen we proberen hier wat aan te doen. Een goed
nierdieet bevat iets minder eiwit maar vooral eiwit van een voor de kat zeer goede kwaliteit. Bovendien bevat het dieet meer koolhydraten en vetten om te zorgen dat er zo min mogelijk eiwitten afgebroken worden voor de energiehuishouding. Andere aanpassingen in een nierdieet zijn bijvoorbeeld een verlaagd fosfaat- en natriumgehalte.

ACE-remmers (bv. Fortekor) stimuleren de nierdoorbloeding en kunnen er op die manier voor zorgen dat het restant functionerend nierweefsel optimaal gebruikt wordt. Bovendien zouden ze de progressie van de ziekte remmen. Bij honden verlagen ACE-remmers bovendien de bloeddruk, helaas is dat bij katten niet het geval. Bij die dieren waar een hoge bloeddruk gemeten wordt moeten we dus gebruik maken van andere bloeddrukverlagers (bv. amlodipine)

Bij dieren die slecht willen eten kunnen we medicijnen geven om de misselijkheid tegen te gaan, of de maagzuurproductie te remmen (
antacida).  Eventueel zijn antibiotica nodig om te proberen de tandvleesontsteking te behandelen.

Nierpatienten die een teveel fosfaat in hun bloed hebben kunnen last krijgen van botontkalking, met
fosfaatbinders in het voer is dat te voorkomen.


Het leven met een kat met CNF is niet altijd makkelijk:

*
Nierpatienten hebben meestal niet veel trek en het kan een hele toer zijn om ze zover te krijgen dat ze het dieetvoer eten. Er is zowel droog- als natvoer te proberen van verschillende merken. Als de ziekte al wat verder is voortgeschreden en de kat helemaal niet meer wil eten, kan men beter proberen ze eerst met lekkere hapjes op gang te helpen. Vasten is niet goed voor nierpatienten, ze verbranden dan hun eigen spiereiwitten waardoor de hoeveelheid afvalprodukten in hun bloed behoorlijk kan stijgen.

*
Het ingeven van de medicijnen kan een probleem vormen. Sommige katten weten precies wanneer het tijd is voor hun pilletje of drankje en verstoppen zich of laten zich niet pakken. Het toedienen van medicijnen kan in sommige gevallen de relatie tussen kat en eigenaar zodanig verstoren dat het middel erger wordt dan de kwaal.

*
CNF
chronisch nierfalen bij de kat
Er is geconstateerd dat uw kat lijdt aan Chronisch Nier Falen (CNF).

In het verleden is deze ziekte ook wel CIN (Chronische Interstitiele Nefritis) of CNI (Chronische Nier Insufficientie) genoemd.

Er zijn veel nierziekten die uiteindelijk tot CNF leiden. De primaire ziekte wordt vaak niet opgemerkt en tegen de tijd dat er zoveel nierweefsel verloren is gegaan dat de kat ziek wordt is deze primaire oorzaak vaak ook niet meer te achterhalen.

Gedurende het ziekteproces gaat er steeds meer nierweefsel verloren en hoewel de nieren een enorme reservecapaciteit hebben is er op een bepaald moment niet voldoende van de nieren over om hun werk nog naar behoren te doen.