Af en toe komt het voor dat katten volkomen gezond naar buiten gaan en even later
kokhalzend en zelfs brakend terugkomen. Vaak hebben ze dan een grasspriet in de keel. Bijna altijd gaat het om een spriet van het lampepoetsersgras (zie foto). De bladeren van dit gras zijn vrij stug en hebben een ruwe achterkant waardoor ze gemakkelijk vast komen te zitten in de neusholte. Katten eten graag gras, vermoedelijk omdat het braken opwekt en ze op die manier haarballen kwijt kunnen raken. De bladeren van het lampepoetsersgras zijn zo stug dat het af en toe voorkomt dat ze, als de kat braakt, niet uit de bek komen maar achter het zachte verhemelte langs de neus in schuiven. Daar lopen ze dan vast en veroorzaken de genoemde klachten. Heel af en toe komt een klein sprietje uiteindelijk uit de neus en is de kat het kwijt. In de meeste gevallen zullen de grassprieten echter, onder narcose, verwijderd moeten worden. Dit is een kleine ingreep en de kat is vrijwel gelijk opgeknapt. Als het lampenpoetsersgrasplantje in u w eigen tuin staat kunt u het vervolgens maar beter uitgraven en in de kliko gooien. Keelonsteking veroorzaakt door een virus of bacterie kan dezelfde klachten geven, maar de symptomen beginnen meestal geleidelijk aan en zijn veel minder heftig. Vaak heeft de kat dan ook koorts. |


grasspriet in de keel |